Belgische Federatie van de Tegelzetters en Mozaïekbewerkers

 

Stopzetting van de activiteit en tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer

Sommige lezers hebben ons de vraag gesteld wat er gebeurt met de tienjarige aansprakelijkheid voor uitgevoerde werken nadat de activiteit van het bedrijf werd stop gezet. Hierna volgt een kort overzicht.

Wanneer een zelfstandige aannemer die onder de vorm van een eenmanszaak werkt, zonder meer zijn beroepsactiviteit stopzet (bijvoorbeeld op pensioengerechtigde leeftijd), blijft hij gedurende de tienjarige periode met zijn eigen vermogen verantwoordelijk voor de vergoeding van de schade die wordt veroorzaakt aan of door de uitgevoerde werken.

Bij de stopzetting van de activiteit door een handelsvennootschap, komt er niet automatisch een einde aan het bestaan van deze vennootschap. Zolang een handelsvennootschap niet werd ontbonden en niet volledig is vereffend, blijft de vennootschap in vereffening verantwoordelijk voor de door haar uitgevoerde werken. De benadeelde kan een vordering inleiden tegen de vereffenaar van de vennootschap.  De vereffenaar doet er dus goed aan een reserve aan te leggen om eventuele aanspraken op basis van de tienjarige aansprakelijkheid op te vangen.

Een zelfstandige aannemer die in de loop van zijn carrière een handelsvennootschap opricht, bevindt zich in dezelfde positie als de zelfstandige aannemer die op pensioen gaat en blijft dus aansprakelijk. Men kan dit verhelpen door de rechten en plichten te laten overnemen door de vennootschap. Indien de aannemer dan wordt aangesproken, kan hij de vennootschap in vrijwaring roepen.

Ook bij faillissement of gerechtelijk reorganisatie van de aannemer blijft de tienjarige aansprakelijkheid bestaan, maar het probleem is dat er meestal geen voldoende onderpand meer voorhanden is om een eventuele vordering te verzilveren.

De bouwheer die beschikt over een vordering op basis van de tienjarige aansprakelijkheid, zal enkel een schuldvordering kunnen indienen bij de curator van de gefailleerde om de vergoeding van de door hem geleden schade te laten opnemen. Dit is een schuldvordering die in het gewoon passief zal opgenomen worden. De kans dat de bouwheer daadwerkelijk een vergoeding zal ontvangen voor de geleden schade, is dus gering.

De bouwheer kan ook de onderaannemers niet rechtstreeks aanspreken, voor zover de vordering betrekking heeft op een schade die het gevolg is van een gebrekkige uitvoering van de overeenkomst. Enkel wanneer de bouwheer ingeval van faillissement van zijn aannemer zelf wordt aangesproken door een rechtstreekse vordering van een onderaannemer, kan hij wel alle klachten en verweermiddelen formuleren omtrent de uitgevoerde werken dewelke hij tegen de gefailleerde had kunnen inroepen.

Indien de tienjarige aansprakelijkheid verzekerd is, beschikt de opdrachtgever wel over de mogelijkheid om een rechtstreekse vordering in te stellen tegen de verzekeraar (artikel 86 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992).

Wat gebeurt er met de tienjarige aansprakelijkheid in geval van overlijden van de aannemer ?
Bij het overlijden van een natuurlijke persoon, gaat diens vermogen over op zijn erfgenamen d.w.z. zowel het actief als het passief bestanddeel van de nalatenschap. Dit houdt in dat de erfgenamen de tienjarige aansprakelijkheid erven. Zij zijn derhalve gehouden om de schade te vergoeden die ontstaat uit hoofde van werken die door de overledene werden uitgevoerd en dit gedurende tien jaar na de aanvaarding van de werken.  
De erfgenamen kunnen de nalatenschap aanvaarden, verwerpen of aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. In dit laatste geval kunnen de erfgenamen niet aansprakelijk gesteld worden boven de activa waaruit de nalatenschap bestaat.

DOMINIQUE ABBELOOS
ADVOCATENKANTOOR ABBELOOS & SIERJACOBS
MAALTEBRUGGESTRAAT 298
9000 GENT
09/233.04.46
www.advodias.be