Besluit: Gevolgen van de coëxistentieperiode voor NBN EN 13241-1

Fabrikanten van industriële, commerciële en garagedeuren en –poorten kunnen hun producten CE Markeren overeenkomstig NBN EN 13241-1 bij aanvang van de coëxistentieperiode en moeten dit vanaf het einde van deze periode. Fabrikanten van componenten van industriële, commerciële en garagedeuren en –poorten moeten hun producten (bv. elektrisch aangedreven open-standhouders) CE Markeren overeenkomstig de relevante geharmoniseerde technische specificatie, tenzij ze hun componenten uitsluitend leveren aan andere fabrikanten.

Installateurs die volgens een aannemingscontract een poort installeren, zelfs indien ze componenten samenbrengen en op de bouwplaats een poort assembleren, vallen niet onder de Bouwproductenrichtlijn [5] . In het geval van montage in de werkplaats onder aannemingscontract, kan een installateur dit echter, op vrijwillige basis, overwegen.

Het betreft immers vnl. het verleggen van verantwoordelijkheden. Wanneer hij volgens een aannemingscontract werkt, moet hij t.o.v. de projectverantwoordelijke aantonen dat de geïnstalleerde poort aan de desbetreffende regelgeving voldoet, wanneer hij het product onder CE Markering brengt, werd overeenstemming met een belangrijk deel van de regelgeving reeds voorafgaandelijk aan de installatie aangetoond.